Een kijkje onder de brug

Op deze foto ziet u de brug over de Gelderse IJssel bij Doesburg. Officieel de Alexander Ver Huellbrug maar ook nog vaak de Doesburg brug genoemd. In de Waterkaarten app en in de ANWB Wateralmanak staat bij deze brug een doorvaarthoogte in het midden van 17,6 meter. Op de hoogteschaal op de foto is te zien dat de doorvaarthoogte op dat moment net iets meer dan 11 meter is. Best een groot verschil. Hoe zit dat ook alweer?

Het is belangrijk om te beseffen dat Nederland niet zo plat is als het lijkt. Het is dan lastig om te spreken over hoe hoog iets is. Want vanaf welk niveau begint men met meten?

NAP en kanaalpeil

Om die reden is ooit het NAP afgesproken: het Normaal Amsterdams Peil. Om hoogtes met elkaar te kunnen vergelijken of op een gelijke wijze aan te duiden is NAP heel handig. Bijvoorbeeld voor een hoogtekaart in een atlas.

Voor het aangeven van een brughoogte of doorvaarthoogte is NAP echter niet zo handig. Met een boot is immers vooral relevant of er veilig onder de brug door gevaren kan worden. Maar waterstanden wisselen en dus ook de doorvaarthoogte. 

Om toch enige ordening in deze schijnbare chaos te creëren is voor veel polders, vaarwegen, etc. afgesproken een vast peil te hanteren; een soort van plaatselijk NAP. Dat peil noemen we kanaalpeil. En omdat in kanalen met sluizen en dammen de waterstand meestal goed te beheersen is, is het kanaalpeil (KP) een redelijk vaste waarde voor een bepaald vaarwater.

Waterstand en de invloeden van het weer

Onder invloed van harde wind, droogte of juist veel regel kan de waterstand boven of onder kanaalpeil liggen. Dat is te zien aan peilschalen langs de waterkant en meestal ook op internet. De waterstand schommelt dus rond het kanaalpeil. Daarom wordt in de Wateralmanak en op kaarten de brughoogte aangegeven ten opzichte van het kanaalpeil. De doorvaarthoogte kan door de waterstand iets hoger of iets lager zijn.

Het verschil tussen kanaalpeil en waterstand kan soms aanzienlijk zijn. En onder invloed van het getij kunnen de verschillen nog verder oplopen en ook steeds wisselen. Op onze rivieren is het lastig om over kanaalpeil te spreken. In principe stroomt het water immers van hoger gelegen land naar lager gelegen land en slechts hier en daar wordt het waterpeil met stuwdammen op een bepaald niveau gehouden.

Hoogtes en dus ook waterstanden worden op onze rivieren daarom vaak weergegeven ten opzichte van het peil bij een stuw (stuwpeil) en soms zelfs ten opzichte van NAP. Dus ook de doorvaarthoogtes van bruggen over de rivieren in de waterkaarten en Wateralmanak. In de ANWB Waterkaarten staat dergelijke informatie in tekstblokken op de kaart.

Het is daarom van groot belang dat u weet ten opzichte van welk peil de hoogtes in de kaart of almanak worden weergegeven als u ergens gaat varen.

Doorvaarthoogte: een voorbeeld uit de praktijk

Even terug naar de Doesburg brug. In Waterkaarten staat een doorvaarthoogte van 17,6 meter. Voor de meeste schepen ruim voldoende. In de kaart staat echter ook dat hoogtes in Gelderland worden opgegeven ten opzichte van NAP. Doesburg zelf ligt aanzienlijk hoger dan bijvoorbeeld Amsterdam en dus boven zeeniveau. Maar hoe weten we nu wat de doorvaarthoogte is zonder dat we de hoogste schaal naast de brug kunnen zien?

Om de doorvaarthoogte ten opzichte van de actuele waterstand te bepalen, moeten we weten wat de waterstand is. Dat kan bijvoorbeeld via Teletext, maar tegenwoordig is vooral de Waterinfo website van Rijkswaterstaat een handig hulpmiddel. Op de site is zelfs de waterstand twee dagen vooruit te bekijken. Voor Doesburg vinden we dan dat de waterstand ongeveer 5,2 meter boven NAP is.

De kaart zegt een doorvaarthoogte van 17,6 meter boven NAP. De waterstand is 5,2 meter boven NAP dus de doorvaarthoogte zal ongeveer 12,4 meter zijn.

Tenslotte

Waterstanden, brughoogtes en het kunnen berekenen van de doorvaarthoogte, en ook of u met een bepaalde diepgang wel ergens door kunt varen, is onderdeel van de leerstof voor het examen Klein Vaarbewijs 1. Maar ook als voor u niet vaart op een vaarbewijsplichtig schip is het belangrijk dat u dit kunt en zo de ter beschikking staande informatie juist kunt gebruiken. Een leerboek voor het Klein Vaarbewijs mag om die reden eigenlijk niet in uw boordbibliotheek ontbreken.